
De pootjes van de roodborst
Mijn werk in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam is leuk en veelzijdig. Dat komt mede door de bezoekers die zich regelmatig melden met een opmerkelijke natuurvondst of iets anders moois dat ze met me willen delen. Als het even kan, kom ik kijken en maak ik een praatje. Zo kwam ik in contact met Jeroen Allart. Hij werd als volgt aangekondigd: “Er is hier een kunstenaar - denk ik - die je even wat wil laten zien”. Dat er sprake is van een kunstenaar is me meteen duidelijk want zijn broek zit vol kleurige verfklodders. Mijn angst dat hij een geboetseerde bonk veen of een paar knap geknakte wilgentenen uit zijn tas zou halen en mij zou uitleggen ‘hoe ze de dialoog met de van de natuur vervreemde mens zouden aangaan’, blijkt ongegrond. Allart schildert Hollandse landschappen, vogels, vissen en een enkel zoogdier, gewoon met acrylverf op doek, plat en in heldere kleuren.
In de map afbeeldingen van zijn werk die hij me laat zien, concentreer ik me op de fauna. De frisse plaatjes werken onmiddellijk op mijn lachspieren maar zetten me ook aan het denken. Het hert dat me van het papier aanstaart, lijkt zo uit een cartoon van Gary Larson te zijn gestapt (‘Suddenly, through forces not yet fully understood, Harold realised he was not properly dressed for the occasion’). De kop van een pelikaan lijkt anatomisch niet te kloppen, en ook de platte snavel van een eend intrigeert me. Een zwarte specht lijkt versmolten met zijn nestholte, en over een strak afgebeelde scholekster vraag ik me af of het de uitgestorven gewaande soort Haematopus meadewaldoi is. De sterns, met nauwelijks zichtbare ogen, zien er uit als gemaskerde bandieten, maar zouden in een vogelgids zeker niet misstaan. Dat geldt ook voor de kokmeeuw die Allart heeft afgebeeld in een subtiele voor de soort kenmerkende houding. Schuilt er een ornitholoog in de kunstenaar? Brengt hij uren in het veld door achter een telescoop?
Wat me van het vogelwerk van Allart niet meer loslaat, zijn de pootjes van de roodborst. Treffender had hij ze niet op het doek kunnen zetten. Zo dun en lang, zo fragiel, dat we voor pootbreuk moeten vrezen. Goed, met een gemiddeld lichaamsgewicht van 15 tot 18 gram hoeven de roodborst-pootjes geen al te zware last te dragen, maar het moet vervreemdend zijn voor de doorsnee kunstkijker om een relatief groot, bolrond zangvogeltje op zulke lange, dunne pootjes te zien staan. Toch klopt het. De pootjes zijn relatief lang: het loopbeen meet 25.1 mm in Nederland en 26.9 mm bij roodborsten van de ondersoort Erithacus rubecula hyrcanus die in de zuidelijke Kaukasus en in het noorden van Iran voorkomt. Allart moet wel aandachtig naar een roodborstje gekeken hebben, anders had hij die pootjes niet zo mooi op het doek gekregen.
Nog gebiologeerd door een nors kijkende gorilla, de vreemde bocht in de hals van een zilverreiger en een vogel die ik niet op naam kan brengen, sla ik de map dicht. Ik vraag Allart waarom hij me zijn werk laat zien. Hij antwoordt: “Wil je een stukje schrijven voor in mijn nieuwe boek, dan maak ik een schilderij voor je?”
Kees Moeliker
|